Onze titels

€ 14,50
Lege gangen

‘Je hebt het verkeerd gedaan mam, het was foute boel!’ Mijn vierjarige dochtertje Meike staat met een opgeheven vingertje voor me. ‘Je dacht dat ik een meisje was toen ik geboren werd, maar ik ben een jongen!’ Vanaf dat ze kon praten, maakte Meike duidelijk dat ze een jongen was. Dit verhaal beschrijft de weg die een moeder en haar transgender kind volgen om de ‘foute boel’ zoveel mogelijk te herstellen. Deze weg voert langs artsen en ziekenhuizen, maar ook langs instanties, scholen en sportclubs. Overal is er iets uit te leggen, en overal worden er goedbedoelde opmerkingen gemaakt. Nuchter wordt er verslag gedaan van de af te leggen weg, terwijl het contrast tussen deze weg en de rest van de wereld steeds groter wordt. Dit zal niet alleen herkenbaar zijn voor moeders van transgender kinderen, maar voor alle ouders met een kind waar ‘iets mee is’. Het is een verhaal over verdriet en onmacht, maar vooral ook over veerkracht en liefde. Petra de Bil is psycholoog, hogeschooldocent en onderzoeker. Eerder schreef zij studieboeken voor sociaal-maatschappelijke opleidingen over ontwikkelingspsychologie en onderzoek.

€ 39,00
Veere daar moest je geweest zijn

Joost Bakker (Eindhoven, 1945) raakte als zeeloods vanaf 1970 dusdanig verknocht aan de Zeeuwse, Vlaamse en Hollandse kunstschilders die op Walcheren werkten en vaak ook woonden, dat hij in 1996 een kleine galerie, kunsthandel startte. Na zijn pensionering in december 2000 ging hij zich met zijn Middelburgse galerie 'De Vier Gemeten' dagelijks met Zeeuwse kunst uit de periode 1900-1960 bezighouden. Hij verzorgde meerdere publicaties, werkte als beeldredacteur in 2003 mee aan het boek Heel de wereld trekt naar Veere en stelde de gelijknamige tentoonstelling in het Veerse museum De Schotse Huizen samen. Hiermee werd de Veerse schilderskolonie uit de schaduw van de bekende Domburgse Tentoonstellingen (1911-1921) gehaald. Kunst en cultuur in een klein Zeeuws stadje (1870-1970). Vanaf 2001 is hij als gastconservator werkzaam voor Museum Veere. In dat jaar voor de tentoonstelling over de Nederlands/Belgische graficus Rudolf Schönberg (1901-1944) en in 2003 over de Veerse Vlaming Alfons (A.J.) van Dijck (1894-1979). In de zomer van 2005 was hij de initiator en samensteller van de overzichtstentoonstelling over het werk en leven van de Veerse kunstschilder/uitvinder Dirk Jan Koets (1895-1956). Tevens verzorgde hij voor het Zeeuws Tijdschrift een uitgebreide monografie over Koets. Daarna volgde nog een twintigtal exposities in het Veerse museum over of rond de Veerse kunstenaarskolonie uit verleden en heden. In 2015 werkte hij mee aan de documentaire van Joop Span, Veeristen en Veerse Joffers (1907-1961). In zijn publicaties, lezingen en galerie brengt hij met name het Zeeuwse kunstgebeuren in de eerste helft van de twintigste eeuw als boeiend en vooral nog onbekend terrein onder de aandacht.

€ 22,50
Hartmama

Ik ken je niet persoonlijk en toch ken ik je. Tot op het bot, zou ik bijna zeggen. Als ik je aankijk, zie ik het in je ogen. Jouw kracht, die huist in jouw verdriet. Ik zie het verdriet, omdat ik het ken. Vertel eens, hoe oud was jij toen jouw mama overleed? Heb je herinneringen aan haar? Weet je nog hoe ze naar je keek, hoe ze lachte, welk verhaaltje ze aan je voorlas? Weet je hoe ze voelde, hoe ze rook? Op jonge leeftijd geconfronteerd worden met de dood van een ouder is traumatisch, ook al noem je dat zelf misschien niet zo. De auteur neemt je mee in haar persoonlijke verhaal en laat je zien wat jij zelf kunt doen om het grote gemis te aanvaarden. Door voorbeelden uit de praktijk en oefeningen waarmee je zelf aan de slag kunt, helpt dit boek je om te helen en weer meer te genieten van het leven. Over de auteur Susan van der Beek (1962) is schrijver en systemisch coach. Aan haar moeder heeft zij geen herinneringen, omdat ze pas twee jaar was toen haar moeder op 31-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker overleed. In haar praktijk voor coaching en familieopstellingen werkt zij met het thema jong ouderverlies.

€ 25,50
Cultuur wordt Kultuur

Cultuur wordt kultuur Culturele Collaboratie in Zeeland 1940-1944 Toen in mei 1940 het Duitse leger ons land overwon, begon daarmee een bezetting van vijf jaar. Aan deze bezetting zijn uiteraard verschillende aspecten verbonden: behalve de wegvoering van en de moord op de joodse landgenoten, kent de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog allerlei politieke, militaire, sociaal-economische aspecten, alsmede elementen van verzet en collaboratie. Een belangrijk doel van de Duitse bezetting was de nazificatie van ons land, van het dagelijkse leven, van de pers en het culturele leven. Over dit laatste gaat het boek waarvoor financiële steun wordt gevraagd. Volgens de nationaal-socialisten mochten de muzen niet zwijgen, als de wapens spraken. Het beïnvloeden van het culturele leven was immers een essentieel onderdeel van de Nieuwe Staatsorde. Hoe pakte dat in Zeeland uit? Dat is de centrale vraag voor dit boek over het culturele leven tijdens de oorlog in Zeeland. In studies over de Tweede Wereldoorlog in de provincie wordt daarvan geen samenhangend overzicht gegeven. In Zeeland 1940-1945 van Levien de Bree uit 1979 beperkte de wereld van kunst en cultuur zich tot enkele bladzijden. Ook in het aanvullende deel van Gijs van der Hams Zeeland 1940-1945 vormt de sector kunst en cultuur, zowel qua aanbod als beleidsmatig een ondergeschikt terrein. In de vierdelige Geschiedenis van Zeeland komt de Tweede Wereldoorlog slechts in bescheiden mate voor. Dat geldt zeker voor het gedeelte over het culturele leven. In deze en andere werken, zoals stadsgeschiedenissen, wordt de nieuwsgierigheid naar het gebied van kunst en letteren, van cultuur en het betere amusement tijdens de oorlog, niet bevredigd. Tijdens het onderzoek naar de historische context van enkele biografische studies ontstond in toenemende mate de behoefte het culturele leven tijdens de bezetting systematisch in kaart te brengen. Ik wilde weten hoe de mensen in de provincie op het gebied van kunst en letteren voorgelicht werden, welke kunstenaars een hoofdrol speelden, wie een bijrol en wie helemaal geen rol. Naar welke films, toneelstukken, concerten, lezingen en concerten konden de Zeeuwen gaan en wat kregen ze voorgeschoteld? Hoe sloegen de kunstenaars in Zeeland zich door die duistere jaren? Wie kozen voor samenwerking met de bezetter en hoe verliep dat? Wat was de rol van de pers op dit gebied? Op landelijk niveau is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar deelaspecten. Er zijn standaardwerken, dissertaties en populaire publicaties op allerlei terreinen: de legale pers, het toneel, het orkestwezen, de radio, de Kultuurkamer, het cultuurbeleid van het ministerie, het cabaret en de film, het boekwezen en nog veel meer, zoals de culturele uitwisseling tussen Nederland en Duitsland, het archiefwezen, de monumentenzorg en de herbouw van beschadigde steden en dorpen. In het beoogde boek wordt juist een samenhangende schets gegeven en wel toegespitst op de provincie Zeeland. Juist door de beperking tot de provincie was een samenhangend overzicht mogelijk, met bovendien veel aandacht voor individuele lotgevallen. Maar de provinciale benadering was nog op een andere wijze interessant. Voor de oorlog was het culturele aanbod in Zeeland beperkt en in hoofdzaak geconcentreerd in Middelburg, in mindere mate in Goes en Vlissingen. Van cultuurspreiding door de overheid was geen sprake en in sommige opzichten was het culturele aanbod zeer bescheiden. Het Duitse bestuur stimuleerde juist in het kader van de nazificatie een breed aanbod van bijvoorbeeld film en cabaretesk amusement. Deze activiteiten zijn des te opvallender omdat Zeeland, onder andere doordat het Sperrgebiet was, een relatief geïsoleerde provincie was. Het Duitse bestuur in Zeeland, met name Beauftragte Münzer, had bovendien grote belangstelling voor de tradities in 'zijn' provincie, met een bevolking van boeren en vissers, met een landelijke, zuiver karakter, met de klederdrachten, het dialect, kortom 'het Zeeuws eigene'. In de nazi-ideologie kwam daarin de volksgeest tot uiting. Culturele activiteiten en publicaties waren tijdens de bezetting alleen mogelijk in samenwerking met en onder aanvaarding van het toezicht van de bezetter. Daarmee gaat dit boek over wat wel genoemd wordt 'culturele collaboratie'. De term komt behalve op omslag, titelblad en in het nawoord nergens voor. Door het culturele leven te beschouwen vanuit het perspectief van verzet of collaboratie, wordt immers, gewild of ongewild, een moreel oordeel geïmpliceerd en dat leek mij niet zinvol en zelfs ongewenst. In de opbouw volgt het boek in eerste instantie het begin van de oorlog, wordt aandacht besteed aan de nationaal-socialistische cultuuropvatting en de vestiging van het Duitse bestuursapparaat. Vervolgens komen de maatregelen voor de pers aan de orde en wijze waarop het Duits bestuur met name op cultureel gebied zich profileerde en zich bemoeide met de herbouw van o.a. Middelburg. In dat verband zijn de activiteiten van de Duitsch-Nederlandsche Kultuurgemeenschap van belang. Voordat uitgebreid het 'uitgaansleven' aan de orde komt, wordt aandacht besteed aan allerlei instellingen, zoals het Zeeuwsch Genootschap met zijn museum en de archieven. In de tweede helft van het boek staan individuele kunstenaars centraal. Aan het slot van het boek komen thema's als internering en zuivering aan bod.

€ 20,50
Porgy in de polder

Op de dag van de bevrijding, in 1945 marcheerde een zwarte man aan het hoofd van de bevrijders het Marktplein van Terneuzen op. Wat niemand toen kon bevroeden, was dat deze man, Frank Koulen, Terneuzen veel zou brengen. Hij werd de stichter en uitbater van het jazzpodium Porgy en Bess en kende grootheden als Boy Edgar, Jimmy Witherspoon, Art Blakey en Chet Baker. Frank Koulen bracht een mix van jazz en plezier, een Nederlandse variant van de Mardi Gras, vanuit New Orleans met een omweg via Gent, naar Nederland. Oud-journalist Tjeu Strous vertelt het boeiende levensverhaal van de eenvoudige jongen die met zijn liefde voor de jazz een lunchroom transformeert in hèt jazzpodium van Zuid-West-Nederland. Hij haalt grote namen naar Terneuzen en regelt radio-uitzendingen en plaatopnames. Een unieke en energieke man. Artiesten worden door hem in de watten gelegd en zij lopen met hem weg. Een beeld van veertig jaar Porgy in de polder, met de songteksten uit ‘Porgy and Bess’ in een bijzondere rol. Tjeu Strous (1950) begon zijn loopbaan in Breda als journalist bij Dagblad de Stem, verhuisde als FNV-bestuurder naar Zeeland en werd in het jaar 2000 wethouder cultuur in Middelburg. Daarna werkte hij ruim twaalf jaar bij de Rotterdamse Kunststichting. Na zijn pensionering schreef hij Hannema’s Universum over het doen en laten van Dirk Hannema als directeur in oorlogstijd van Museum Boijmans van Beuningen.

€ 18,00
Sociëteit van Essequebo

De maritieme geschiedenis van Middelburg kent een lange traditie van handels- en scheepvaartorganisaties, zoals de VOC, WIC en MCC. Minder bekend is de in 1771 opgerichte 'Societeyt ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren'. Doorgaans afgekort tot Sociëteit van Essequebo (SvE). De oprichting was het gevolg van een decennialange belangenstrijd tussen Amsterdam en Middelburg om de Zuid-Amerikaanse kolonie Essequebo en Demerary, het huidige Guyana. Om de Zeeuwse krachten te bundelen trok de Sociëteit kapitaal aan door middel van een aandelenemissie, waarvoor zo'n 180 aandeelhouders tekenden. Daarmee kochten de gekozen directeuren fregatten aan voor de vaart op de genoemde kolonie. Tot op heden is nauwelijks aandacht besteed aan dit maritieme bedrijf. Deels kan dit verklaard worden door gemis aan bronnen-materiaal, want tijdens de oorlogsbrand van mei 1940 ging het stadsarchief van Middelburg in vlammen op. De toen al incomplete bedrijfsadministratie van de SvE ging daarbij volledig verloren. Ondanks dit gemis aan archiefmateriaal is de auteur erin geslaagd om de geschiedenis van dit scheepvaartbedrijf te reconstrueren. Daarvoor onderzocht hij enkele tientallen Nederlandse archief-collecties en docu- menten in particulier bezit. Met deze studie wordt een onderbelicht stukje geschiedenis uit het Nederlandse maritieme verleden aan de vergetelheid onttrokken. Over de auteur Ruud Paesie (1956) is maritiem historicus. Hij publiceert over uiteenlopende maritieme onderwerpen, veelal vanuit een Zeeuws perspectief.